Molen Berg te Winschoten

Molenaars: Gerard Murris,  0597-414363  gsjmurris@gmail.com

Derk Grofsmid   0597 423393

Moleneigenschappen:

  • Bouwjaar 1854
  • adres Grintweg 61
  •            9675 HJ Winschoten
  • eigenaar gemeente Oldambt 
  • type Achtkante stellingmolen
  • zelfzwichting
  • Engels Kruiwerk
  • functie koren- en pelmolen
  • inrichting 1 maalsteen, 2 pelstenen
  • gevlucht  22.60 m
  • openstelling op afspraak

Geschiedenis

Langs het vroegere (gedempte) Winschoterdiep staan over een afstand van plm. 525 m. 3 achtkante stellingmolens. Dit unieke trio is karakteristiek voor de kleinschalige bebouwing van dit deel van Winschoten. Ze zijn alle drie eigendom van de gemeente Winschoten.
Molen Berg werd in 1854 gebouwd in opdracht van molenaar J.D. Buurma als opvolger van een standerdmolen en ingericht als koren-, pel- en schorsmolen en is nu de meest westelijke molen van Winschoten.
Molenaar Buurma liet deze molen bouwen om beter de wind te kunnen vangen, meer ruimte te krijgen voor pelstenen en maalstenen en voor een ruimere opslag van graan en meel. Hij verkocht de oude standerdmolen voor afbraak. Deze werd opnieuw opgebouwd in Wedderveer, maar is al heel lang geleden gesloopt.
In 1856 werd de molen door de bliksem getroffen, waarbij een van de houten wieken werd versplinterd. Twee zoons van Buurma en een knecht werden geraakt: de oudste zoon overleed meteen, de ander werd invalide. De volgende molenaar Mulder verongelukte in de molen. Daarna werd de molen verkocht aan de heer J. Berg; diens zoon de heer W. Berg verkocht de molen op zijn beurt in 1956 aan de gemeente Winschoten.
De molen kreeg in 1950/51 engels kruiwerk, een nieuwe roede (D.E. Gorter, Martenshoek) en van Bussel-stroomlijnneuzen, molenmakers H. Wiertsema/J.D. Medendorp/A. Steenhuis.
In 1978/79 werd de molen opnieuw gerestaureerd en is nu uitgerust met drie koppels maalstenen en twee pelstenen.

Pellen is het ontdoen van de schillen van de gerstekorrel tot gort. Hiervoor zijn speciale pelstenen in de molen aanwezig. Deze stenen, een voorloper en een naloper, liggen onder de vloer van de stellingzolder in een kuip welke is bekleed met plaatijzer (het z.g.n. pelblik). In dit plaatijzer zijn met een stalen doorslag een groot aantal gaten geslagen met de scherpe punten om en om naar binnen en naar buiten, te vergelijken met een ouderwetse kaasrasp. De gerst valt uit de kaar op de vloer boven op een sneldraaiende steen. Door de middelpuntvliedende kracht wordt de gerst tegen de scherpe punten in de kuip rondom de steen geslingerd. Na een korte tijd wordt de gerst via een schuif in een platte houten emmer gestort.
Deze behandeling wordt herhaald tot de harde schil weggeslepen is. Daarna gaat de gort over de zeven naar de waaier, een zolder lager. Hier wordt de gort verder schoongeblazen van het restvuil (de dust) wat nog achterblijft.

Eigenaars: J.D. Buurma (+1856); wed. J.D. Buurma; sinds 1866 Jan J. Mulder; in 1886 verkoop door de wed. J.J. Mulder; sinds 1886 J. Berg; W. Berg; sinds 1953 Gemeente Winschoten voor f.22.170 (met grond en huis).